Seizoensgroenten zijn groenten die je eet in de maand waarin ze in Nederland van nature rijp zijn en geoogst worden. Door met de seizoenen mee te eten haal je groenten van het land op het moment dat ze het meest smaakvol en voedzaam zijn, vaak van dichtbij en zonder energieslurpende kas of vlucht. Dat scheelt flink in CO2-uitstoot: kasgroenten in de winter kosten tot vijf keer meer energie dan dezelfde groente in het volle-grondseizoen. En je portemonnee merkt het ook, want in het hoogseizoen is het aanbod groot en de prijs laag.
In dit artikel ontdek je precies welke seizoensgroenten er per maand zijn, hoe je een handige seizoenskalender gebruikt en waarom lokaal en seizoensgebonden eten beter is voor het milieu. Je leest ook hoe je het hele jaar door gevarieerd blijft eten, zelfs in de magere wintermaanden, en hoe je met opslagmethodes als invriezen en fermenteren langer profiteert van de zomeroogst.
Wat zijn seizoensgroenten?
Seizoensgroenten zijn groenten die geoogst worden in het seizoen waarin ze van nature in jouw regio groeien, zonder kunstmatige verwarming of belichting. Een tomaat uit de volle grond in augustus is dus een seizoensgroente, terwijl dezelfde tomaat uit een verwarmde kas in januari dat niet is. Het idee is simpel: eet wat de natuur op dat moment levert, dan eet je vanzelf gevarieerder en milieuvriendelijker. Veel Nederlandse seizoensgroenten zijn bovendien echte streekproducten die nauwelijks transport nodig hebben.
Er bestaat een belangrijk onderscheid tussen volle-grondseizoen, kasteelt en bewaargroenten. Volle-grondgroenten groeien buiten op het ritme van zon en regen. Kasgroenten worden het hele jaar geteeld, maar kosten in de winter veel energie. Bewaargroenten zoals aardappelen, uien, pompoen en wortelen worden in het najaar geoogst en blijven maandenlang goed in een koele, donkere opslag, waardoor je ze ook in de winter als seizoensproduct kunt eten.
Welke seizoensgroenten eet je per maand?
Per maand zijn er andere seizoensgroenten, met asperges en sla in het voorjaar, tomaten en courgette in de zomer en pompoen en boerenkool in herfst en winter. Hieronder vind je een concrete maandkalender zodat je precies weet wat wanneer van het Nederlandse land komt. Gebruik dit als leidraad bij je boodschappen en kies in de winkel of op de markt zoveel mogelijk wat in het rijtje van die maand staat. Zo eet je het hele jaar door wisselend en vermijd je dure, energie-intensieve kasgroenten.
De winter draait vooral om stevige bewaar- en koolgroenten, het voorjaar brengt de eerste frisse blaadjes, de zomer is het rijkst aan keuze en de herfst staat in het teken van pompoen, prei en knollen. Onthoud dat de overgangsmaanden flexibel zijn: in een warm voorjaar liggen asperges er soms al eind maart, in een koud najaar duurt de boerenkool langer.
- Januari en februari: boerenkool, spruitjes, witlof, prei, knolselderij, rode kool, veldsla.
- Maart en april: prei, spinazie, radijs, postelein, de eerste asperges, rabarber.
- Mei en juni: asperges, sla, spinazie, doperwten, tuinbonen, radijs, bleekselderij.
- Juli en augustus: tomaat, courgette, paprika, komkommer, sperziebonen, bloemkool, mais.
- September en oktober: pompoen, prei, paddenstoelen, andijvie, snijbonen, rode biet.
- November en december: boerenkool, spruitjes, pompoen, witlof, knolselderij, pastinaak.
Hoe gebruik je een seizoenskalender voor groenten?
Een seizoenskalender gebruik je door voor je boodschappenlijst te kijken welke groenten in de lopende maand in seizoen zijn en daar je menu omheen te bouwen. Begin met twee of drie seizoensgroenten als basis voor de week en vul aan met bewaargroenten die altijd voorradig zijn. Veel supermarkten, boerderijwinkels en groenteboxen vermelden inmiddels of een product van Nederlandse bodem en in seizoen is. Een groenteabonnement of voedselpakket van een lokale boer neemt het kiezen zelfs helemaal uit handen.
De grootste valkuil is dat je in de winter snel terugvalt op importtomaten en kaskomkommer uit gewoonte. Doorbreek dat door bewust koolsoorten, witlof en pompoen in te slaan en daar nieuwe recepten bij te zoeken. Een handig hulpmiddel is de zomeroverschot te bewaren: vries spinazie, doperwten en bonen in, of fermenteer kool tot zuurkool. Zo strek je het seizoen uit en eet je ook in januari nog van de zomeroogst.
- Plan je weekmenu rond twee of drie groenten van de huidige maand.
- Houd bewaargroenten (ui, aardappel, pompoen, wortel) altijd in huis als basis.
- Vries zomeroverschot in en fermenteer kool voor de winter.
- Overweeg een lokale groentebox die automatisch seizoensgebonden is.
Waarom zijn seizoensgroenten beter voor het milieu?
Seizoensgroenten zijn beter voor het milieu omdat ze zonder verwarmde kas en zonder verre vliegtransporten op je bord komen, wat de CO2-uitstoot fors verlaagt. Een kilo kastomaten in de winter kan tot vijf keer meer broeikasgas veroorzaken dan dezelfde tomaat uit de volle grond in de zomer, puur door het gasverbruik van de kasverwarming. Ingevlogen groenten zoals sperziebonen uit Kenia of asperges uit Peru tellen daar nog eens een flinke vluchtafdruk bij op. Door seizoensgebonden en lokaal te kiezen vermijd je beide.
Naast de uitstoot speelt ook verspilling en bodemgebruik mee. Seizoensgroenten worden geoogst op het natuurlijke piekmoment, zijn langer houdbaar en hoeven minder ver te reizen, waardoor er onderweg minder bederft. Bovendien stimuleert het kopen van streekgroenten de lokale landbouw en korte ketens. Het mooie is dat duurzaam hier samenvalt met lekker en goedkoop: in het hoogseizoen is een groente op zijn smaakvolst en tegelijk het voordeligst.