Er zijn in Nederland meer dan 360 soorten bijen, waarvan je de meeste herkent aan grootte, beharing, kleurpatroon en gedrag. De bekendste zijn de honingbij en de dikke, pluizige hommels, maar het overgrote deel bestaat uit kleinere solitaire bijen zoals metselbijen en zandbijen. Veel mensen verwarren bijen bovendien met zweefvliegen of wespen, terwijl die andere kenmerken hebben. In dit artikel leer je de belangrijkste groepen onderscheiden en waar je ze in de tuin tegenkomt.
Je ontdekt hoe je honingbijen, hommels en solitaire bijen uit elkaar houdt, welke kenmerken je het snelst op weg helpen en hoe je het verschil ziet met wespen. Daarnaast lees je per groep waar ze nestelen en wat ze eten, zodat je beter begrijpt welke gasten in jouw tuin rondvliegen.
Welke soorten bijen kom je in Nederland tegen?
De soorten bijen in Nederland zijn grofweg in drie groepen te verdelen: de honingbij, de hommels en de solitaire bijen. De honingbij (Apis mellifera) leeft in grote volken van 20.000 tot 60.000 dieren en wordt door imkers gehouden. Hommels vormen kleinere volken van enkele honderden dieren en zijn herkenbaar aan hun dikke, harige lijf. Solitaire bijen leven alleen en vormen verreweg de grootste groep met honderden soorten.
Om snel grip te krijgen op de verschillen helpt het om op een paar kenmerken te letten. Hieronder de hoofdgroepen in het kort:
Wat zijn bijen precies?
Bijen zijn insecten die zich voeden met nectar en stuifmeel en daarbij bloemen bestuiven. Ze behoren tot de orde van de vliesvleugeligen, net als wespen en mieren, maar onderscheiden zich doordat ze plantaardig voedsel verzamelen in plaats van te jagen. Een bij heeft een behaard lijf dat stuifmeel vasthoudt, wat haar tot een efficiente bestuiver maakt. Door dat verzamelgedrag zijn bijen onmisbaar voor de bestuiving van fruitbomen, groenten en talloze wilde planten.
Niet elke bij maakt honing: alleen de honingbij produceert genoeg overschot om te oogsten. De meeste soorten verzamelen net genoeg stuifmeel en nectar om hun nageslacht groot te brengen. Veel mensen onderschatten daarom hoe divers deze insecten zijn en denken bij bijen meteen aan de kast van een imker. In werkelijkheid leeft het merendeel solitair en zonder volk, vaak ongezien in de bodem of in dode plantenstengels. Wil je deze groep een handje helpen, kijk dan ook naar wilde bijen en wat zij nodig hebben.
Hoe herken je de verschillende soorten bijen?
Je herkent soorten bijen het snelst aan grootte, beharing, kleurpatroon en de plek waar ze nestelen. Een hommel is meteen duidelijk door zijn dikke, ronde en pluizige lijf, terwijl een honingbij slanker en gladder oogt. Solitaire bijen zijn vaak kleiner en minder opvallend, maar verraden zich door hun nestgedrag: een zandbij graaft gangen in de grond, een metselbij metselt cellen dicht met leem. Let ook op het seizoen, want sommige soorten vliegen alleen in het voorjaar.
Een veelgemaakte fout is bijen verwarren met wespen of zweefvliegen. Een wesp heeft een glad, glanzend en duidelijk geel-zwart gestreept lijf met een smalle taille, en is veel minder behaard dan een bij. Zweefvliegen bootsen bijen na maar hebben grote vliegenogen en slechts een vleugelpaar in plaats van twee paar. Onthoud deze vuistregels:
- Behaard en stevig gebouwd: waarschijnlijk een bij.
- Glad, glanzend, smalle taille: waarschijnlijk een wesp.
- Zweeft stil op een plek en heeft grote ogen: vermoedelijk een zweefvlieg.
Voor wie is kennis van soorten bijen handig?
Kennis van soorten bijen is vooral handig voor tuiniers, natuurliefhebbers en ouders die hun kinderen iets willen leren over de natuur. Wie weet welke bijen er in de tuin leven, kan gerichter beplanten en nestgelegenheid bieden, bijvoorbeeld met een bijenhotel voor metselbijen of een zonnig zandbedje voor zandbijen. Ook angst neemt af zodra je doorhebt dat solitaire bijen vrijwel nooit steken en geen nest verdedigen. Zo wordt de tuin een prettiger plek voor mens en insect.
Daarnaast is herkenning waardevol voor iedereen die de biodiversiteit wil ondersteunen. Veel wilde bijensoorten staan onder druk door verlies van bloemrijke leefgebieden en nestplekken. Door soorten te herkennen, merk je sneller welke groepen jouw tuin wel en niet bezoeken, en kun je daar je beplanting op afstemmen. Wil je een echt bijvriendelijke tuin, kies dan voor de juiste planten voor bijen en vlinders en een gevarieerd bloeiseizoen. Zelfs een kleine geveltuin aanleggen langs je voordeur levert al waardevolle nectar op.